Welkom » Allerlei » Stropen/Hermandad

STROPEN/HERMANDAD

Doordat ik na schooltijd en woensdag 's-middags vrij veel aan de Bosvijver t.o.v. de Plasmolens te vinden was, hoofdzakelijk actief met stekken zetten, hetgeen stropen werd genoemd, werd er min of meer door de juten op mij gejaagd. Zij begrepen dat ik daar niet kwam om de eendjes te voeren, maar hebben mij nooit kunnen betrappen en dat frustreerde de heren. Stekken zijn vislijntjes met meerdere haken die voorzien zijn van regenwormen om paling te vangen. Een van de methoden van de Hermandad om mijn stekken te vinden was door met een stok in het water langs de kant te gaan, om zodoende de lijntjes op te vissen. Gelukkig viste de agent die dat voor de eerste keer deed geen lijntjes op, dus ook dat lukte ze niet, daar had ik mazzel aan.

Vanaf dat moment moest ik iets verzinnen om aan deze "opsporingsmethode" te ontsnappen. De oplossing was simpel, maar zoals met alle goede oplossingen je moet er wel even opkomen. Wat deed ik, inplaats van de stokjes van de stekken onderwater in de kant te steken, bond ik de lijntjes aan een steen (een baksteen of kinderkopje) en deze gooide ik dan op een gemarkeerde plek ongeveer een meter uit de kant in het water. Als er dan een agent met zijn stok langs de kant ging om de lijntjes te vinden miste hij deze en droop gefrustreerd af.

 

De meest onnozele agent maakte ik een keer mee toen ik in het voorjaar op het punt stond mijn stekken te gaan plaatsen. Ik had mijn augurkenblik, dat ik gebruikte om de paling in te doen, al in de bosjes geplaatst toen deze gemeentecowboy ten tonele verscheen en de vraag stelde of ik soms aan het vissen was. Hoe kwam hij daar bij, ik had immers geen hengel bij me. Nee hoor was mijn antwoord. In die tijd waren spijkerbroeken met een extra zakje voor een duimstok aan de zijkant van de broek, zeer populair. Ik droeg zo'n spijkerbroek. In het extra zakje had ik een stek zitten dat op een plankje was gestoken, welke zichtbaar was.

Oh, je bent niet aan het vissen, reageerde hij en wat springt daar dan in het water. In mei plegen de vissen kuit te schieten en dat gaat gepaard met springen van de vis en tegen de kant en het riet rijen om het kuit kwijt te raken. Deze gezagsrakker dacht dat de vissen door mijn toe doen, ik zou niet weten hoe, zo actief waren. Je bent aan het vissen, ik zie het wel. Waar is je hengel? Die heb ik in mijn kontzak wilde ik nog zeggen, maar heb dat maar weer ingeslikt. Ik heb geen hengel, zei ik. Toen hij ook geen hengel aan de waterkant kon ontdekken, ging hij over tot fouilleren. Ik dacht, ja nu ben ik de klos. Maar tot mijn stomme verbazing heeft hij de stek in het zijvakje van mijn spijkerbroek niet gevonden. Dus fouilleren kon hij ook al niet. Het enige wat hij nog kon doen was mij weer weg sturen. Ik mocht daar niet blijven en hij wilde mij daar ook nooit meer zien. Nou dat laatste zou makkelijk door hem te regelen zijn, hij moest gewoon niet meer naar de Bosvijver komen.